Dierenfysiotherapie

Dierfysiotherapie is te vergelijken met fysiotherapie voor mensen. Dieren kunnen ook klachten hebben aan hun bewegingsapparaat (de wervelkolom, benen/ poten, spieren, zenuwen) waardoor zij beperkt worden in hun functioneren in het dagelijks leven. Deze klachten aan het bewegingsapparaat kunnen uiteindelijk blessures of weer andere klachten veroorzaken. Door een dierenfysiotherapeut naar uw dier te laten kijken kan de oorzaak van de klacht achterhaald worden en kan deze dan opgelost worden.

Dierfysiotherapie kan curatief ingezet worden, dus tijdens een blessure of na een operatie. Bij curatieve behandelingen draait het vooral om het genezingsproces. Hier wordt dan ook nauw samengewerkt met de dierenarts.

 

De kans is dan ook aanwezig dat de dierenarts u door heeft verwezen of zal verwijzen naar een dierenfysiotherapeut.

Naast curatieve behandelingen kan er ook preventief behandeld worden. Bij preventieve behandelingen is het van belang dat signalering van klachten vroegtijdig herkend worden waardoor blessures voorkomen kunnen worden. Wanneer uw dier actief is, bijvoorbeeld in de sport, zou een check-up of sportmedische begeleiding goed helpen. Bij preventieve behandelingen zal er dan ook geen verwijzing (nodig) zijn van de dierenarts.

Tip: Er zijn steeds meer verzekeringen die fysiotherapie bij honden een paarden vergoeden. Is uw dier verzekerd dan is het raadzaam om bij uw verzekering te informeren of de kosten vergoed kunnen worden.

Paarden

Doordat paarden niet aan ons kunnen zeggen waar ze klachten hebben
en daarnaast ook nog eens heel goed zijn in het compenseren van klachten
moeten wij vooral naar signalen kijken die zij ons geven.

Symptomen
  • Verminderde sportpresentatie, bokken, steigeren, verzet, vluchten, staken
  • Moeite met stelling, lengtebuigingen, aanleuning
  • Links- rechts verschillen tijdens het rijden of longeren
  • Moeite hebben verzamelen, verruimen, achterhand onder laten treden
  • Moeite hebben met de sprong
  • Rug stijf houden of wegdrukken tijdens het rijden of tijdens het borstelen
  • (Sommige vormen van) kreupelheid, onregelmatigheden
  • Staart scheef dragen, bekken scheefstand
  • Asymmetrie van spieren, hoge spierspanning
  • Boos bij het aansingelen (singelnijd) of borstelen in dat gebied
  • Gedragsverandering/ problemen tijden het borstelen, verzorgen, opzadelen en bij het rijden
Indicaties
  • Verminderde bewegingsvrijheid, verminderde sportpresentaties

  • Rug- en/of hals problematiek

  • (Acute) letsel aan spieren, pezen, banden en gewrichten

  • Pees-, slijmbeurs- en gewrichtsontstekingen

  • Artrose en ouderdomsklachten

  • Gewrichtsaandoeningen zoals knieschijf luxatie of fixatie

  • Spierproblematieken, triggerpoints, verkleefde littekens

  • Revalidatie na een operatie, blessure, ziekte

  • Neurologische problematieken zoals ataxie (verstoring van het evenwicht en de bewegingscoördinatie)

  • Gedragsveranderingen

Onderzoek

  • Anamnese; oftewel vraaggesprek. Hier wordt de eventuele klacht besproken.
  • Inspectie in stand; het dier wordt bekeken qua bouw, houding, spieren.
  • Palpatie; het gehele dier wordt af gevoeld om meer te kunnen zeggen over spierspanning, pijn, warmteplekken, zwelling.
  • Bewegingsanalyse; het dier zal worden bekeken hoe die loopt zowel recht uit als op een cirkel. Bij paarden wordt de beweging bekeken op de harde en zachte bodem.
  • 2de palpatie; opnieuw zal het gehele dier af gevoeld worden om eventuele verschillen te kunnen zien voor en na het lopen.
  • Functie onderzoek; hier worden de regio’s zoals de wervelkolom, benen getest op bewegingsbeperkingen of pijnlijkheid
  • Aanvullende onderzoek; hier kunnen eventuele neurologische testen gedaan worden, spierlengte testen, krachttesten. Bij paarden kan hier ook het zadel in mee genomen worden
  • Specifieke palpatie; op een gebied of regio (wat na het gehele onderzoek het meeste aandachtspunt heeft) wordt op alle voelbare componenten af gevoeld zoals bot, spier, ligamenten/ banden.

Behandeling

Voordat de eerste behandeling zal plaatsvinden zal er eerst
een uitgebreid onderzoek (intake) zijn.
Door het onderzoek kan er een diagnose gesteld worden en
een behandelplan worden opgesteld samen met de eigenaar.
Er wordt bekeken of het dier baat zou hebben met dierfysiotherapie. Het dier kan hierbij ook worden doorverwezen naar de dierenarts.

Beweging
  • Passief door middel van mobilisatie; mobilisatie is een techniek die ingezet kan worden om bewegingsbeperkingen in een gewricht te verbeteren of zelf op te lossen. De beweging van het gewricht wordt passief herhaaldelijk uitgevoerd en meestal is dit binnen de pijngrens zodat het dier ontspannen blijft. Tijdens mobilisaties wordt het dier ook meer bewust van zijn eigen lichaam.
  • Actief door middel van oefentherapie; oefentherapie wordt actief uitgevoerd door het dier. Door diverse specifieke oefeningen kan er getraind worden op spierkracht, stabiliteit, lenigheid en coördinatie. Afhankelijk van de klacht kan er verschillende oefeningen mee geven worden aan de eigenaar om er thuis mee aan de slag te gaan.
Massages
Deze methode wordt ingezet om o.a. verhoogde spierspanning en of pijn te verminderen wat ervoor zorgt dat de bewegingsvrijheid weer toe neemt. Daarnaast zal door massage de zuurstof in de spieren toenemen, dit zorgt voor een betere doorbloeding en dat de afvalstoffen beter af gevoerd kunnen worden. Massage bevordert het herstelproces en verminderd pijn na een blessure.
Stretches
Door stretches wordt het spierweefstel verlengt en de flexibiliteit en elasticiteit van de spieren vergroot. Dit geeft verbetering aan de bewegingsvermogen en gewrichtsbeweeglijkheid. Door stretches wordt het gevoel van vermoeidheid in de spieren verminderd en wordt de bloedcirculatie verbeterd.
Advies
Ook zal er advies aan de eigenaar mee gegeven worden. Dit advies zal te maken hebben met het herstelproces of hoe klachten voorkomen kunnen worden. Het zal betrekking hebben over rust, meer/ minder bewegen, training, voeding en oefeningen die mee gegeven kunnen worden. Ook zal er advies gegeven kunnen worden wanneer uw dier doorverwijzen moet worden naar een andere specialist.